Proteïne Supplementen Vergelijken
Eiwitten zijn essentieel voor de opbouw en het herstel van spieren, maar spelen ook een rol bij tal van andere lichaamsprocessen. Sporters, mensen die afvallen of iedereen die meer eiwit wil binnenkrijgen, kunnen kiezen uit een breed scala aan eiwitsupplementen. Van poeders en repen tot kant-en-klare shakes en eiwitrijke snacks. Het aanbod is enorm en de verschillen zitten in de vorm, eiwitbron, smaak en prijs. Op deze pagina vergelijk je alle eiwitproducten die verkrijgbaar zijn bij Nederlandse webshops.
Filters
>
Categorie
>
Winkel
>
Merk
>
Dieet
>
Inhoud
>
Smaak
>
Allergenen
>
Vorm
Categorie
Winkel
Merk
Dieet
Inhoud
Smaak
Allergenen
Vorm
Veelgestelde vragen
Hoeveel eiwit heb je per dag nodig?
Voor volwassenen die niet sporten ligt de aanbeveling op 0,8 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag. Bij 70 kilo komt dat neer op 56 gram, wat de meeste Nederlanders ruim halen via brood, zuivel, vlees en peulvruchten. Voor sporters ligt de behoefte hoger: 1,2 tot 1,6 gram per kilo voor recreatief sporten, en 1,6 tot 2,2 gram per kilo bij intensieve krachttraining.
Boven de 2,2 gram per kilo levert extra eiwit nauwelijks meer spierwinst op. Wat overblijft wordt verbrand of opgeslagen, niet anders dan koolhydraten of vet. Voor afvallers ligt de optimale behoefte juist iets hoger (rond 1,6 tot 2,4 gram per kilo) om spiermassa te behouden tijdens een calorietekort.
Ouderen vanaf 65 hebben relatief meer eiwit nodig dan jongere volwassenen, ongeveer 1,0 tot 1,2 gram per kilo, omdat hun lichaam minder efficiënt eiwitten verwerkt. Dat is bij velen onder de actuele inname, en hier is een eiwitpoeder als aanvulling vaker zinvol dan bij jongere volwassenen.
Reken voor je eigen situatie even uit: pak je gewicht in kilo's, vermenigvuldig met de juiste factor, en kijk dan een paar dagen wat je gemiddeld via voeding binnenkrijgt. Pas daarna kies je of suppletie nodig is, niet andersom.
Eet je beter meer eiwit verspreid over de dag?
Ja, drie tot vier eiwitrijke momenten per dag werkt beter dan alles in één maaltijd proppen. Je lichaam kan per maaltijd ongeveer 25 tot 40 gram eiwit benutten voor spiersynthese, daarboven gaat het surplus naar energie of opslag. Wie 's avonds 100 gram eiwit eet en de rest van de dag amper iets, mist eigenlijk drie kansen voor spierherstel.
Een praktisch schema: 25 tot 40 gram eiwit bij ontbijt, lunch, diner en eventueel als avondsnack. Voor het ontbijt is dat vaak het lastigst, een typische boterham met kaas levert maar 8 tot 12 gram. Skyr, kwark, eieren of een eiwitshake helpen hier het meest. Bij de lunch helpen vis, peulvruchten, kip of een blokje hüttenkäse. Het diner is meestal vanzelf eiwitrijk in een Nederlands eetpatroon.
Voor sporters loont het om kort voor het slapen nog 20 tot 40 gram langzaam verteerbaar eiwit (kwark, caseïne, of een melk-product) te nemen. Tijdens de slaap blijft het herstelproces doorlopen, en eiwit dat 's nachts beschikbaar is, ondersteunt dat actief.
De vroegere anabole window van 30 minuten na de training is achterhaald. Het effectieve venster blijkt veel breder, ongeveer 2 tot 3 uur voor en na de training. Belangrijker dan timing per minuut is dat je dagtotaal verspreid binnenkomt.
Is veel eiwit slecht voor je nieren?
Bij gezonde mensen niet, ook niet bij hoge inname over jaren. De zorg dat een eiwitrijk dieet de nieren overbelast komt voort uit oudere observaties bij patiënten die al nierschade hadden. Voor hen geldt nog steeds dat hoge eiwitinname de progressie kan versnellen. Voor gezonde nieren is er geen overtuigend bewijs van schade, ook niet bij sporters die jarenlang 2 gram per kilo of meer binnenkrijgen.
Wat wel kan optreden is een tijdelijk verhoogde nierfiltratie en hogere bloedwaarden van ureum en creatinine. Dat is geen schade maar een fysiologische aanpassing. Een arts die ongebruikelijk hoge waarden ziet bij iemand zonder nierproblemen, vraagt vaak naar het eetpatroon en suppletiegebruik om dit te kunnen interpreteren.
Drink wel voldoende water bij een eiwitrijk dieet. Het lichaam scheidt eiwit-afvalproducten via de urine uit, wat iets meer vochtbehoefte geeft. Twee tot drie liter per dag voor actieve volwassenen is een goede richtlijn, meer als je veel zweet.
Voor mensen met diabetes type 2, hoge bloeddruk of een bekende nierafwijking ligt het anders. Bij hen kan zelfs een matige verhoging van de eiwitinname al ongunstig uitpakken, en is overleg met een arts of nierdiëtist nodig voordat je structureel meer dan 1,5 gram per kilo gaat eten of een eiwitsupplement gebruikt. Voor gezonde mensen is de nieren-mythe vooral dat: een mythe.
Helpt een eiwitrijk dieet bij afvallen?
Ja, en het is een van de best onderbouwde dieet-effecten. Eiwit verzadigt sterker dan koolhydraten of vet, doordat het langzamer verteerd wordt en hormonen aanstuurt die honger remmen (zoals PYY en GLP-1). In studies waarin de eiwitinname werd verhoogd tot 30 procent van het totale energieverbruik, daalde de spontane calorie-inname met gemiddeld 400 tot 500 calorieën per dag, zonder dat deelnemers bewust minder probeerden te eten.
Een tweede voordeel is spierbehoud. Bij afvallen verlies je niet alleen vet, maar ook spiermassa. Een hogere eiwitinname (1,6 tot 2,4 gram per kilo) plus krachttraining beperkt dat spierverlies sterk. Wie zwaar afvalt zonder eiwit en training houdt aan het einde een lichter maar slapper lichaam over, en een lager basaal metabolisme.
Eiwit kost ook meer energie om te verteren dan andere macronutriënten. Ongeveer 20 tot 30 procent van de calorieën uit eiwit gaan op aan dat verteringsproces, tegenover 5 tot 10 procent bij koolhydraten en vetten. Dat verklaart een deel van het afslank-effect.
Praktisch betekent dit: spreid 1,6 tot 2 gram per kilo over je dag, kies bij voorkeur volle eiwitbronnen (kwark, eieren, vis, kip, peulvruchten), en gebruik supplementen alleen waar je voeding tekort schiet. Combineer het met enige beweging en je creëert een omgeving waarin afvallen een stuk makkelijker volhoudbaar wordt dan met alleen calorieën tellen.
Waarom hebben ouderen meer eiwit nodig?
Vanaf je vijftigste neemt de gevoeligheid van spieren voor eiwit langzaam af, een fenomeen dat anabole resistentie heet. Hetzelfde stukje vlees of zuivel zet bij een 70-jarige minder spiersynthese in gang dan bij een 30-jarige. Om dat te compenseren is een hogere inname nodig, ongeveer 1,0 tot 1,2 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht, tegenover de 0,8 gram die voor jonge volwassenen geldt.
Ondertussen eten veel ouderen juist minder eiwit. Verminderde eetlust, kleinere maaltijden, gevoelige darmen of moeite met kauwen zorgen ervoor dat de inname zakt naar 0,7 gram per kilo of lager. Dat versnelt sarcopenie (leeftijdsgerelateerd spierverlies), wat weer leidt tot meer kans op vallen, fracturen, en verlies van zelfstandigheid.
Wat helpt: zorgen dat elke maaltijd een eiwitbron heeft. Skyr of kwark bij het ontbijt, ei of vis bij de lunch, vlees of peulvruchten bij het diner. Voor mensen die te weinig eten kan een eiwitshake of medische drinkvoeding een laagdrempelige aanvulling zijn van 20 tot 30 gram eiwit per portie.
Combineer het met krachttraining of weerstandstraining, ook op latere leeftijd. Spieren reageren ook na het zeventigste levensjaar nog op belasting, en de combinatie eiwit plus training is meetbaar effectiever dan eiwit alleen. Begin licht en bouw op, eventueel met begeleiding van een fysiotherapeut. Het verschil tussen actief blijven en niet, is op latere leeftijd vooral een kwestie van behoud van spierkracht.
Wat is het verschil tussen compleet en incompleet eiwit?
Een compleet eiwit bevat alle negen essentiële aminozuren in voldoende verhoudingen. Je lichaam kan deze aminozuren niet zelf maken, dus je moet ze via voeding binnenkrijgen. Dierlijke producten (vlees, vis, ei, zuivel) zijn van nature compleet. De meeste plantaardige eiwitten zijn incompleet, ze missen één of meer essentiële aminozuren of bevatten ze in lage hoeveelheden.
Voor wie alleen dierlijke eiwitten eet, is dit geen punt om over na te denken. Voor vegetariërs en zeker voor veganisten is het wel iets om te weten, al is het in de praktijk eenvoudiger op te lossen dan vaak gedacht. Door verschillende plantaardige bronnen te combineren binnen een dag (peulvruchten met granen, noten met zaden, soja met rijst), krijg je vanzelf een compleet aminozuurprofiel binnen. Aminozuren combineren binnen één maaltijd is niet nodig, je lichaam heeft een buffer waaruit het de hele dag put.
Soja, quinoa, boekweit en hennep zijn de plantaardige uitzonderingen die op zichzelf compleet zijn. Voor sporters en mensen met een hoge eiwitbehoefte is het zinvol om een paar van deze complete plantaardige bronnen vast in het eetpatroon te hebben.
Voor gemengde eters die af en toe vlees of zuivel weglaten is dit nauwelijks een aandachtspunt. Voor strikt plantaardige eters loont het om bewust te variëren, of om bij intensieve sportbeoefening een blend-supplement te kiezen waarin meerdere bronnen al gecombineerd zijn.